Op de foto het laatste pakje shag van mijn vader. Ik bewaar het sinds hij overleed in 1992.

Als 16-jarige puber vind ik het stoer om te roken. Mijn vrienden roken en op een gegeven moment ga ik meedoen. Ik heb zoveel mensen gadegeslagen tijdens het inhaleren, dat ik wel weet hoe het moet. Dat valt in het echt tegen. Het lijkt zo gemakkelijk maar om de rook daadwerkelijk door je longen te krijgen, dat kost een paar fikse hoestbuien. 
Maar oefening baart kunst.  Als alle rook uit iemand zijn neus komt vind ik vooral fascinerend. Ze lijken op een briesende dinosaurus. Grote neusgaten waaruit lange slierten rook komen. Ik train voor de combinatie, door de mond en de neus. De eerste keer dat het lukt voel ik mij apetrots. Ik leer ook kringetjes blazen. Het lijken net rooksignalen, een veer op mijn hoofd en ik ben een indiaan. 

Mijn ouders weten (denk ik) niet dat ik rook, maar ik heb mijn adresjes. Ik rook mentholsigaretten bij de overbuurvrouw, bij oma rook ik caballero zonder filter, bij elk trekje spuug ik een stukje shag uit mijn mond. Bij mijn vriendje rook ik shag, het draaien van een shaggie vind ik lastig. Totdat het mij opvalt dat mijn vader ze omgekeerd draait. Dat lukt mij als linkshandige stukken beter. Maar soms draai ik de peuk te strak, dan moet ik zo hard lurken dat mijn kaken er pijn van doen. Of ik draai het shaggie te slap en word ik duizelig. Ik rook het liefst een sigaret.

De avond voor mijn 18e verjaardag krijg ik een witgouden ringetje met een diamantje van mijn ouders en 100 gulden omdat het zo knap is dat ik niet rook. Ik doe die nacht geen oog dicht, ik voel mij zo schuldig.
De volgende ochtend ga ik met het schaamrood op mijn kaken naar beneden. Ik vertel mijn moeder dat ik rook. Ik geef het geld terug, maar ik mag het houden omdat ik zo eerlijk ben.  

Op mijn 18e verjaardag koop ik mijn eerste pakje menthol shag. Het huis zit vol visite en ik zie mezelf nog zitten. Tussen opa en oma in, die allebei roken en ik draai een sigaretje. Ik ben opgelucht, ik hoef niet meer stiekem te roken. Maar ik voel me ook opgelaten. ‘Het staat je niet,’ zegt mijn vader, terwijl hij een hijs van zijn zware van Nelle neemt. Het is even wennen voor ons allemaal……

In de jaren 80 roken veel mensen. Presentatoren op de tv, in de kroeg, in het vliegtuig en leraren die voor de klas staan. Op bruiloften of verjaardagen staan er vaasjes met verschillende soorten sigaretten op tafel. Roken hoort erbij.
Wanneer ik mijn rijbewijs haal rook ik in de auto. Raampje naar beneden, arm uit het raam en sigaret tussen mijn vingers, dat voelt zo stoer.
Ik kan het mij nu niet meer voorstellen.

Sinds februari 2011 rook ik niet meer. De 4e poging in 4 jaar tijd is succesvol.
Na 4 dagen zonder peuk is mijn beloning, warme voeten. Ik word rustiger, ik hoef geen sigaretten meer te tellen:
“Heb ik nog voldoende voor vanavond?”
Ik mis alleen mijn rustmomenten. Na een huishoudelijk klusje even zitten met een peuk. Het is een kwestie van mijn gewoontes veranderen. Ik was zeker verslaafd. Ik dacht altijd: ‘Ik kan elk moment stoppen,” dat viel tegen. 

Als ik nu jochies van 12 jaar zie roken zou ik het liefst willen zeggen: ‘Doe dat niet, het is zo slecht voor je gezondheid.’ Maar ze zullen het zelf moeten leren. Ook zij voelen zich waarschijnlijk stoer en willen erbij horen.

 Als ik nu een sigaret op zou steken, val ik vast flauw. Ik ga het niet proberen…